
Benjamin De Geyter doet aan wielrennen. Hij mag zich nu derdejaarsbelofte noemen bij het Foronex Cycling Team en beschikt over een paar dijen om u tegen te zeggen. Sinds enkele jaren houdt hij zich onledig met het bijhouden van zijn wielerprestaties op een hoogsteigen website (http://benjamindegeyter.webs.com/). Elke week stelt hij drie wielergerelateerde vragen aan iemand uit zijn kennissen- of vriendenkring. Deze week viel mij die eer te beurt…
1. Bent u tevreden/verwonderd over de prestaties van onze Belgen in het profpeloton?
“De Belgen zijn wederom prachtig bezig. In Quatar was het al meteen raak met enkele dagoverwinningen én de eindzege voor Tom Boonen. Daarna presteerde hij iets minder en was het vaak een kwestie van net niet. Ook in de Tireno- Adriatico kon hij niet overtuigen. Hopelijk komt hij er weer door.
Wie mij dit seizoen het meest verraste was Gert Steegmans. Hoe hij in Parijs-Nice in zijn eerste ritzege iedereen uit het wiel fietste, fenomenaal gewoon. Ook de exploot van Philippe Gilbert tijdens Omloop het Volk was schitterend om zien. 50 km voor de finish aangaan, en het kunnen volhouden, je moet het maar doen.
Dan heb je natuurlijk Greg Van Avermaet, een beetje mijn poulain. Die jongen geeft in elke koers alles, en ‘rekent’ niet te veel, zoals soms wel wat te veel gebeurt door sommigen. De ex-keeper van Beveren verraste mij vorig jaar al met enkele schitterende prestaties. Nu als tweedejaarsprof moet dat nog beter kunnen. Hij heeft de laatste tijd niet meer gereden door duizeligheid, maar zal nu zaterdag in de Primavera testen. Hopelijk het begin van een mooi wielerjaar voor hem.
Als revelatie had ik gehoopt op Gianni Meersman. Jammer genoeg is het er nog niet echt uitgekomen, maar dat komt zeker nog.
Ook Nick Nuyens en Leif Hoste doen het bijzonder goed. Ze hebben dit nog niet kunnen tonen met een ritwinst, maar de komende weken zal het zeker van dattum zijn.
Stijn Devolder zal het niet gemakkelijk hebben. In de Belgische trui voor een team als Quick Step rijden, de druk is immens. Hij won wel al de ronde van de Algarve, maar daarna kwam hij niet meer zo nadrukkelijk in beeld.
Gisteren won Wouter Weyland nog Nokere Koerse; Roelandts werd tweede.
Uit mijn betoog mag toch wel blijken dat de Belgen, zo vroeg op het seizoen nog, ‘geweldig goe bezig zijn’.”
2. Vanwaar komt u passie voor het wielrennen, wat trekt jou er zo in aan?
“Ik ben eigenlijk al van kindsbeen af gebeten door de wielermicrobe. Tijdens de zomervakanties zat ik middagenlang gekluisterd aan de televisie voor de bergritten in de Tour de France. Het tweegevecht tussen Miguel Indurain en Tony Rominger en later tussen Armstrong en Ulrich herinner ik mij nog levendig.
Toen mijn vader na zijn voetbalcarrière begon met fietsen bij de zogenaamde nevenbonden, sloeg mijn wielerhart pas echt op hol. Ieder weekend ging ik mee naar de wedstrijden. Hij schopte het zelfs tot Belgisch kampioen. Ook mijn broer begon te fietsen, eerst bij de nevenbonden, daarna bij elite zonder contract. Ook hij kon dikwijls op mijn steun rekenen.
Zelf begon ik te fietsen toen mijn vader een nieuwe fiets kocht, en zijn oude wou verkopen. Dat was buiten de waard gerekend. Ik nam het stalen ros in beslag en sinds een jaar of twee probeer ik zoveel mogelijk te rijden. We hebben zelfs met een groepje vrienden een wielertoeristenclub opgericht, WTC Chasse Patat genaamd. Dit is eerder ludiek opgevat, maar toch proberen we zoveel mogelijk samen te fietsen.”
3. Wat moet er veranderen om eindelijk met een cleane wielerwereld te kunnen verder gaan?
“Ik denk dat het de goeie kant uitgaat. De dopingcontroles worden alsmaar opgedreven en de kans om door de mazen van het net te glippen wordt alsmaar kleiner. Toch is het soms wat overdreven allemaal. Een maand op voorhand moet je al aangeven waar je zult zijn op een bepaalde dag (de zgn. whereabouts). Ben je er niet, dan heb je een uur om op die
plaats te geraken. Niet zo evident, me dunkt. Die regel werd onlangs veranderd: men zou zich maar een uur per dag ter beschikking moeten stellen van controleurs, wat het dan weer mogelijk maakt om bepaalde middelen wel te gebruiken. U merkt het al: geen sinecure om een evenwicht te vinden tussen privacy en gedegen controles. Het recente voorval met
Kevin Van Impe, die een dopingcontroleur over de vloer kreeg terwijl hij de crematie van zijn zoontje aan het regelen was, is daar een onomstotelijk bewijs van. Bert Anciaux zou naar aanleiding van deze dopingcontrole de mogelijkheid voor een hotline willen laten onderzoeken. Het principe komt uit Nederland en komt er op neer dat dopingcontroleurs kunnen bellen naar hun broodheer bij uitzonderlijke situaties. Een stom idee, vind ik. Die controleurs zijn toch verstandig genoeg om een situatie in te schatten. Niet toevallig een idee van ‘bleitsmoel Betjen’, een man die totaal geen voeling heeft met topsport.”
Filed under: WTC Chasse Patat | Leave a Comment »



